Nieuwsgierigheid en verwondering


25 maart 2018
OinO-Advies

Onderwijs aan laten sluiten bij de nieuwsgierigheid van een kind, het is inmiddels een breed gedragen visie binnen het onderwijs. Uit vele wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat nieuwsgierigheid leidt tot meer leerervaringen, het zorgt ervoor dat de nieuwe informatie beter beklijft. De een zegt dat we leerlingen nieuwsgierig moeten maken, de ander zegt dat nieuwsgierigheid het startpunt is van waar onderwijs zou moeten beginnen, weer een ander heeft het over aansluiten bij de verwondering. Om hier duidelijkheid over te krijgen duiken we eerst wat meer in beide begrippen.

Het wetenschapsknooppunt van de Universiteit Utrecht heeft dit op een heldere manier toegelicht: Nieuwsgierigheid is een, waarschijnlijk aangeboren, neiging om onderzoekend gedrag te vertonen, om de wereld te verkennen. Door zintuiglijke ervaringen op te doen ontwikkel je een repertoire van regels over dingen die zich volgens een bepaald patroon gedragen. Als je je hiervan bewust bent, kunt je deze regels toepassen in nieuwe situaties en daar bepaalde verwachtingen bij hebben.
Verwondering treedt op wanneer een waarneming niet strookt met de verwachting. Dat kan ook onbewust zijn en onafhankelijk van taal. Zonder verwachting kan er wel sprake zijn van nieuwsgierigheid, maar niet van verwondering. Stap maar eens, als niet-kunst- kenner, een museum voor moderne kunst binnen. Je kijkt je ogen uit, maar je zult het waarschijnlijk niet merken als een bepaald schilderij ondersteboven hangt. Het is lastig je te verbazen over dingen die je niet kent. Je reageert anders wanneer het een schilderij van Rembrandt is dat ondersteboven hangt. Het schilderij houdt zich niet aan een patroon dat je hersenen klaar hebben staan, en dat trekt je aandacht.

Voor verwondering is dus enige voorkennis nodig. Een onderzoekende houding van leerlingen begint bij de verwondering. Voor die onderzoekende houding is het belangrijk dat leerlingen vragen stellen. Door zichzelf dingen af te vragen zullen ze gretiger zijn naar het antwoord en dus meer leren. Maar hoe begeleid je dat proces als leerkracht? Niet iedere leerling stelt uit zichzelf tenslotte evenveel vragen. Dit komt deels ook doordat we in het onderwijs jarenlang alleen antwoorden wilden hebben op de vragen die wij stelden. Dat betekent dat je actief moet inzetten om het vragen stellen weer te prikkelen, net zoals een 3-jarige de hele dag vraagt “waarom?”. Een effectieve manier daarvoor is de Question Formulation Technique (QFT). De QFT zorgt ervoor dat leerlingen in de vraagstand komen, doordat ze stap voor stap door de leerkracht meegenomen worden in dat proces. De vragen die hieruit voortvloeien zijn een mooie basis om met onderzoeksvragen aan de slag te gaan.

Waar voldoet een goede onderzoeksvraag aan? Na de introductie van het thema door de leerkracht, start dit al met de vraag “wat weet ik er al van?” Alleen wanneer die vraag duidelijk is, zal bepaald kunnen worden welke onderzoeksvraag passend is. Het gaat hierbij om de kloof tussen informatie die reeds in het bezit is van het kind en wat hij/zij daarover wil weten. De kloof moet niet te klein zijn, want dan leert de leerling onvoldoende, maar de kloof moet ook niet te groot zijn, want dan wordt het onoverzichtelijk en is de kans groot dat het geen succeservaring wordt, omdat het te moeilijk is.  Dit biedt kansen voor differentiatie.
De vragen- en kennismuur is een hiervoor een mooi middel. Op de kennismuur komt wat de leerlingen al weten en op de vragenmuur welke vragen er zijn. Vervolgens kunnen de verschillende vragen geclusterd worden en kunnen de leerlingen in groepjes aan de slag gaan met de verschillende onderzoeken om deze na een bepaalde afgebakende periode te presenteren. Een eerste leermoment zal al zijn of ze de onderzoeksvraag echt hebben beantwoord in hun presentatie.

Wanneer de leerlingen op deze manier aan de slag gaan en er voortdurend reflectie plaats vindt over de onderzoeksvragen, zal er verdieping plaats vinden en krijgen zowel leerlingen als leerkrachten meer kennis en inzicht over een goede onderzoeksvraag.