Digitale informatievaardigheden


1 mei 2018
OinO-Advies
Online informatie

Geschreven door: Klaas-Jan Lammers

Vroeger ging ik geregeld naar de bibliotheek in de stad. Met mijn bibliotheekpas mocht ik zeven boeken uitkiezen en die mee naar huis nemen. Dat beperkte aantal van zeven boeken zorgde nog weleens voor hoofdbrekens; ik moest een keuze maken uit de stapel die ik had verzameld. Meestal, tot verdriet van mijn ouders, wonnen de stripboeken het van de categorie B of C boeken.

Tegenwoordig kom ik alleen nog maar in de bibliotheek voor mijn eigen kinderen. De boeken die ik wil lezen schaf ik aan of ik zoek op internet de informatie op. Iets online kunnen opzoeken is een enorm voordeel, want er is geen beperking meer in de informatie die ik tot me wil nemen. Helaas heeft dit voordeel ook een nadeel; de informatie is soms zo overweldigend veel, dat ik de weg kwijtraak en niet goed meer weet waar ik naar op zoek was. Het zogenaamde ‘butterfly defect’. Het is alsof je in een enorme bibliotheek de weg bent kwijtgeraakt en lukraak maar wat boeken openslaat. Bovendien heeft de online bibliotheek geen rechte kasten of duidelijk geordend systeem, het lijkt meer op een vuilnisbelt waar alles maar gestort kan worden.

Dit gebeurt niet alleen mij, maar ook veel andere volwassenen en leerlingen. Uit een afgelopen week gepubliceerd onderzoek van de organisatie Mediawijzer.net, blijkt dat leerkrachten in het primair onderwijs inschatten dat hun leerlingen nauwelijks informatievaardig zijn. Dit wil zeggen dat leerlingen slecht informatie op het internet kunnen zoeken, vinden of beoordelen. Uit ander onderzoek blijkt dat die vaardigheden helaas ook bij leerkrachten vaak niet op orde zijn. Vrijwel alle respondenten geven aan dat de aanwezigheid van voldoende kennis bij leraren de belangrijkste schakel is om leerlingen informatievaardig te kunnen maken.  Moeten leerkrachten, die het al zo druk hebben, dan ook les gaan geven over informatievaardigheden? Liever niet, informatievaardigheden zijn het beste aan te leren door een geïntegreerde aanpak, dus bijvoorbeeld tijdens wereldoriëntatie.

Toch zijn er leuke werkvormen te bedenken waarmee leerlingen kunnen oefenen. Een simpel voorbeeld is het ‘Wikipedia-spel’.
Open een willekeurige startpagina op Wikipedia en wijs een eindpagina aan (een die niets te maken heeft met de startpagina). Laat de leerlingen nu, door alleen de links te volgen, met de minste clicks naar de eindpagina navigeren. Zoeken is uiteraard niet toegestaan. Leerlingen ontdekken zo dat informatie online op een bijzondere manier aan elkaar gekoppeld is en oefenen in het scannen van tekst en beoordelen van links. Samenwerken is uiteraard toegestaan!

Aandacht voor digitale informatievaardigheden staat gelukkig steeds meer op de agenda en met een beetje hulp en training wordt het navigeren online net zo eenvoudig als vroeger in de bibliotheek.