Taakspel en toch gedragsgedoe..


9 oktober 2018
OinO-Advies

Geschreven door: Helen Degenhart

Ben je nog niet tevreden over de werkhouding en het gedrag van de kinderen in jouw klas? Vaak blijkt dat leerkrachten met Taakspel blijven steken in de uitbreidingsfase. Ze spelen Taakspel meerdere malen per week tijdens allerlei verschillende soorten lessen. Dat is heel goed, maar de bedoeling is dat je Taakspel doorvoert tot in de generalisatiefase. Pas dan wordt het gewenste gedrag een automatisme voor jou en de kinderen.

Generalisatiefase

Die generalisatiefase start zodra je Taakspel drie dagdelen per week speelt. De generalisatiefase duurt tot aan de zomervakantie. Tijdens de generalisatiefase speel je drie dagdelen per week gewoon Taakspel mét kaarten, teamposter én beloning.
Alle andere dagdelen van de week speel je Taakspel zonder kaarten; Dit zijn dan de generalisatiemomenten.

  • bij elke les vraag je de kinderen welke picto’s nodig zijn
  • je zet de time-timer
  • je geeft complimenten aan kinderen en groepjes die zich goed aan de gedragsafspraken houden
  • en aan kinderen die elkaar helpen het gewenste gedrag te tonen
  • na afloop evalueer je met de kinderen wat goed ging en besteed je geen aandacht aan ongewenst gedrag.

Geen kaarten

Op de generalisatiemomenten gebruik je dus geen kaarten meer. En dat is ook de bedoeling van Taakspel: dat je het gedrag van kinderen stuurt door voorspelbaar te zijn, gewenst gedrag uit te lokken door goed voorbereide lessen in een rijke en gestructureerde leeromgeving te geven en door te reageren op gewenst gedrag (i.p.v. ongewenst gedrag, want alles wat je aandacht geeft groeit).
De generalisatiefase is moeilijk, het vraagt oefening en feedback vanuit klasconsultaties. Maar als het je eenmaal lukt heb je eer van je werk!