Funny English


3 november 2015
De Rolf Groep

Juf Daphne
‘Jazeker’ ik ben sterk overtuigd van het nut van Engels voor kleuters en ik vind het ook heel belangrijk! Ik denk namelijk dat als je op jonge leeftijd kennis kunt maken met Engels,  je op die manier een hele mooie basis hebt voor op de middelbare school en dat je daardoor ook het niveau hoger kan krijgen.
Jonge kinderen zijn zo vatbaar voor talige activiteiten dat ik denk dat ze het én heel makkelijk oppikken én er later veel baat bij zullen hebben.

Eén keer per week zijn we al actief aan het werk met Engels en dan vooral met het digi bord. We bekijken het filmpje, zingen de liedjes, bekijken het prentenboek en besteden aandacht aan de woorden die bij het thema aan bod komen.
‘Funny English’ is een mooie aanvulling want het digitale gebeuren is meer statisch. Het gaat om woord en antwoord bij het bekijken van een filmpje. 
Met ‘Funny English kunnen de kinderen actief spelen en dat vinden ze veel leuker. De basiswoordenschat wordt echt geoefend en meer uitgebreid. 

Praktisch gezien zou ik ‘Funny English’ vooral gebruiken in tweetallen en dan in een wat rustiger omgeving, in de luisterhoek of op de gang, want de recorder kan natuurlijk niet te luid staan. En het lijkt me ook leuk om het eerst gezamenlijk in de kring aan te bieden en als de kinderen het eenmaal kennen kunnen ze er zelfstandig mee aan de slag. 
Dat het native speakers zijn, is heel belangrijk want de kinderen pakken het ook zo op.

Wat heeft ‘Funny English’ te bieden?

‘Funny English’ bestaat uit een reeks van 4 dozen met thema’s als : 
‘Listen carefully’ , ‘ Numbers and more’, You and me’ en ‘Turn and twist.
De werkwijze is voor de eerste drie thema’s dezelfde en deze thema’s zijn ook voorzien van een audio-cd met een door ‘native speakers’ gesproken tekst.
Als de cd wordt gestart leidt een afwisselend Engels sprekende man en vrouw het kind doorheen de opdracht. De vierde doos is een groepsspel, om met de hele klas te spelen, en is eigenlijk een synthese van de drie voorgaande dozen. Met de vierde doos heb je dus een afronding van de inhoud van de vorige dozen en komt ook het daadwerkelijk spreken van het Engels aan bod.
 
We beginnen met de doos ‘Listen carefully’ 
Het eerste spel van deze doos gaat over kleur; ‘Colours’  en leren de kinderen de namen van 9 verschillende kleuren. Deze 9 verschillende kleuren zitten ook als fiches in de dozen en worden doorheen de hele reeks gebruikt om de opdrachten uit te voeren. Het is dus een eerste en belangrijke stap in het hele proces.
Na ‘colours’ komen ook de thema’s kleding, ‘clothes’, dieren ‘animals’ en eten ‘food’ aan bod. Als de kinderen met de inhoud van deze doos geoefend hebben kunnen ze dus 36 Engelse woorden begrijpen, nazeggen en ook actief gebruiken. 


Dan volgt de doos ‘Numbers and more’ 
Nu de kleuren gekend zijn gaan we verder met in het eerste spel de cijfers van 1 – 9 te ontdekken. Eenmaal de cijfers gekend dan worden in de volgende spel de cijfers gecombineerd met de namen van 9 dieren, die op hun beurt dan weer gecombineerd worden met de begrippen ‘klein en groot’ en de begrippen ‘op en onder’. Op die manier komen er weer 36 nieuwe woorden bij de voorgaande reeks van 36 woorden.

In de doos ‘You and me’ leren de kinderen de woorden met betrekking tot het lichaam, de familie, het huis en de emoties kennen. 

De laatste doos ‘Turn and twist’ is de kers op de taart want nu komt het spelelement aan bod en kunnen de kinderen hun kennis van de Engelse woorden actief gebruiken. 
Ze durven nu spreken en hebben ook al heel wat woorden in hun geheugen opgeslagen.
 

Wat heeft ‘Funny English nog meer te bieden dan de materialen die er al op de markt zijn?
Bij de materialen die er op de markt zijn is interactie tussen de kinderen niet altijd vanzelfsprekend en ook de juf is vaak onzeker over de correcte uitspraak van het Engels.
Met ‘Funny English’ kunnen kinderen eerst zelfstandig oefenen en zo hun zelfvertrouwen opbouwen voordat ze openlijk gaan spreken in de klas in de nabijheid van hun klasgenootjes.
Funny English kan naast een methode gebruikt worden als spelmateriaal met verwerking of alleen als spelmateriaal als opstapje naar een methode die later gekozen wordt.

Er waren genoeg redenen om ervoor te zorgen dat scholen kunnen beschikken over leuke inzetbare materialen waarbij kinderen kennis kunnen opdoen van het Engels op receptieve en productieve wijze.
Daarom heeft ‘de Rolf groep’ met de auteurs Magda Jacobs en Angelique van der Pluijm een product ontwikkeld en op de markt gebracht onder de naam ‘Funny English’.


Waarom Engels voor kleuters?
Spelenderwijs een taal leren een uurtje per week, wie kan daar iets op tegen hebben!

Het kinderbrein is als een spons en kleuters zijn erg taalgevoelig. Door kleuters ook Engels aan te leren wordt die taalgevoeligheid optimaal benut. Uitspraak is een kwestie van motoriek en is op jonge leeftijd makkelijker aan te leren.

Taalkundigen stellen dat kinderen prima in staat zijn twee talen te leren zonder gevolgen voor de vaardigheid in de eerste taal. Meer Engels betekent dan ook niet minder Nederlands.

Want ken je meerdere talen dan blijken die bij het gebruik van één daarvan, allemaal actief te zijn. Dus als we Engels preken is ons Nederlands ook geactiveerd, en toch zijn we in staat om die systemen te scheiden en kunnen we ook gemakkelijk overschakelen van de ene taal naar de andere.

Ook bij taalzwakke en allochtone kinderen hebben lessen Engels geen negatieve gevolgen voor de vaardigheid in het Nederlands. Er is wel één voorwaarde en dat is dat je vaardig moet zijn in je eigen moedertaal en voldoende taalaanbod moet krijgen, dan heb je de basis om op een vruchtbare manier een tweede taal te leren.

Er zijn nog meer voordelen om een tweede taal aan te leren want tweetalige kinderen blijken sneller te zijn in het uitvoeren van bepaalde cognitieve taken als rekenen en ze kunnen hun aandacht beter selectief richten op belangrijke informatie en minder belangrijke informatie negeren. 
Door een tweede taal te leren moet het brein zich organiseren. De hersenen moeten efficiënt leren omgaan met middelen en problemen leren oplossen. Dat is geen taalspecifieke vaardigheid, maar een systeem van algemeen nut. Zo krijgen kinderen die meerdere talen leren op jonge leeftijd al een routine van efficiënt denken en een algemeen probleemoplossend vermogen. Die routines kunnen ze ook op andere leerdomeinen toepassen, waardoor hun leervermogen en inzicht toeneemt.

Ook het inzicht in taal in het algemeen neemt toe doordat kinderen taalstructuren makkelijker leren doorzien en hun taalgebied in de hersenen meer wordt gestimuleerd. Hierdoor blijft het je leven lang makkelijker om nieuwe talen te leren.

Kennis van een taal geeft je ook toegang tot de cultuur van die taal en zo verbreed je je horizon en verruim je je algemene kennis en ontwikkeling. Zo leer je al op jonge leeftijd de wereld met zelfvertrouwen tegemoet te treden. Engels is de tweede meest gesproken taal ter wereld. Wereldwijde en internationale samenwerking en communicatie is er dankzij meertaligheid dus ‘Let’s start this game’.


Vanuit de praktijk
Voor wie als Vlaming in een tweetalig land opgroeit is het idee van tweetaligheid helemaal niet vreemd. Frans is in België een verplicht leergebied en we starten hiermee in het 5de leerjaar of groep 7. Wel is er verschil tussen taalsensibilisering dat is al spelend, zingend zich gewennen aan de tonaliteit van een andere taal of taalinitiatie wat formeel taalonderwijs betekent. 
In mijn praktijk komen geregeld kinderen die thuis opgroeien met ouders die meertalig zijn. Laatst was er een jongen (10 jaar) die Duits sprak met zijn moeder, Frans met zijn vader en naar een Nederlandse school in Brussel ging. Was hij nu beter of slechter in taal? Eigenlijk niet. Wat ik kon opmerken was dat hij bepaalde woorden eerder in het Duits of Frans paraat had dan andere en dat hij dan even een vertaalslag moest maken. En hij sprak met een Franse ‘R’ maar hijzelf vond die meertaligheid doodnormaal en het hinderde hem niet bij zijn schoolse taken.
Een ander meisje (10 jaar) spreekt Engels met haar moeder en stiefvader en Nederlands in het gezin van haar vader. Ook zij switch makkelijk van de ene taal naar de andere. Op school zijn ook haar cijfers voor Frans heel goed. Zij merkt zelf voortdurend associaties en verbanden op tussen de woorden in de drie talen.
Een andere jongen daarentegen die in een Nederlandstalig gezin opgroeit heeft de grootste moeite met taalverwerving. Het is een vlotte prater maar hij heeft het niet gemakkelijk met het correct schrijven van het Nederlands.
Toen er op school Frans en Engels bijkwam ging de opslag van de schrijfwijze van  al deze nieuwe woorden toch niet bepaald vlot. 
Eigenlijk bleef hij fonetisch schrijven en daardoor werd het één grote warboel. 
Om een voorbeeld te geven van hoe moeilijk het soms kan zijn, kijk even mee hoe hij het woord acht (van het cijfer 8) schrijft.
In het Nederlands schrijft hij dat als ‘agt’ (acht) in het Frans als ‘wit’ (huit) en in het Engels als ‘eet’ (eight). Het is duidelijk dat hier meer aan de hand is en dat taalverwerving voor deze jongen niet vanzelfsprekend is. Ik ben met hem dan ook aan de slag gegaan om een andere methode te zoeken om de schrijfwijze van woorden te kunnen onthouden. Een gouden tip voor wie hier ook mee worstelt! 
Het is heel belangrijk om bij het leren van nieuwe woorden in een andere taal steeds drie componenten bij elkaar te onthouden en je bij elk woord af te vragen : 
* hoe klinkt het woord * hoe schrijf ik het  en * wat betekent het!
Als je dit doet dat vermijd je de chaos die het kan veroorzaken en kan taal ook leuk zijn.
In het begin is het misschien wat omslachtig maar uiteindelijk leidt het ook tot automatiseren.